Oplossingen toelatingsexamen juli 2015
Gratis uitgewerkte oplossingen voor wiskunde, fysica, chemie en biologie
Maak je een oud toelatingsexamen om je voor te bereiden op arts, tandarts of dierenarts? Hier vind je de volledig uitgewerkte Studiebox-oplossingen van het toelatingsexamen arts en tandarts van juli 2015.
Maak iedere vraag eerst zelfstandig. Bekijk daarna het correcte antwoord, onze stap-voor-stapuitwerking, de examentip en wat je best herhaalt wanneer je de vraag fout had.
- Gratis online + PDF
Over het toelatingsexamen van juli 2015
Het toelatingsexamen zag er in 2015 anders uit dan vandaag. Gebruik deze vragen daarom vooral om wetenschappelijke kennis, inzicht en examengericht redeneren te trainen.
Bij historische vragen die niet meer tot de actuele leerstof behoren, vermelden we dit expliciet in onze uitwerking. Zo besteed je geen onnodige studietijd aan leerstof die vandaag niet meer centraal staat.
Wiskunde toelatingsexamen juli 2015
Het wiskundegedeelte van juli 2015 bevat 15 vragen. Je oefent onder andere op algebra, goniometrie, analyse, kansrekening en meetkunde. Bekijk eerst de opgave en open de uitwerking pas nadat je zelf een antwoord hebt gekozen.
Bron examenvraag: Toelatingsexamen arts/tandarts 2015, juli, Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen, Vlaamse overheid. Hergebruik door Studiebox uitsluitend voor pedagogische doeleinden. Studiebox draagt de verantwoordelijkheid voor dit hergebruik.
Vraag 1:

Oplossing vraag 1
Stappenplan
- Splits de logaritme van het product.
- Gebruik dat log₂(2)=1.
- Vul log₂(a)=1024 in en vergelijk met de antwoordmogelijkheden.

Vraag 2:

Oplossing vraag 2
Stappenplan
- Vervang sin 75° door cos 15°.
- Gebruik sin²15°+cos²15°=1.
- Bereken de waarden bij 30°, 45° en 60° en tel alles op.

Vraag 3:

Oplossing vraag 3
Stappenplan
- Pas d/dx[ln(u)]=u’/u toe op beide termen.
- Vereenvoudig elke afgeleide afzonderlijk.
- Breng de resultaten op een gemeenschappelijke noemer en vergelijk met de opties.

Vraag 4:

Oplossing vraag 4
Stappenplan
- Bereken het totale aantal keuzes C(10,3).
- Kies precies twee van de zes A-positieve en één van de vier A-negatieve zakjes.
- Deel gunstig door totaal en vereenvoudig.

Vraag 5:

Oplossing vraag 5
Stappenplan
- Stel de twee paraboolvergelijkingen gelijk.
- Breng alles naar één lid en factoriseer of gebruik de discriminant.
- Tel de verschillende reële oplossingen.

Vraag 6:

Oplossing vraag 6
Stappenplan
- Herken dat d(sin x)/dx=cos x.
- Bepaal een primitieve van sin x cos x.
- Vul de grenzen 0 en π/3 zorgvuldig in.

Vraag 7:

Oplossing vraag 7
Stappenplan
- Bereken de determinant van de coëfficiëntenmatrix.
- Voor determinant ≠0 bestaat precies één oplossing.
- Onderzoek de waarden waarvoor de determinant nul wordt en controleer op strijdigheid of afhankelijkheid.

Vraag 8:

Oplossing vraag 8
Stappenplan
- Bepaal eerst de cirkeloppervlakte en de ligging van de rechthoek ten opzichte van het middelpunt.
- Gebruik straal, halve koorde en afstand tot de koorde om de relevante hoek/segmentoppervlakte te bepalen.
- Verdubbel het bovenste segment voor het totale onbedekte deel.

Vraag 9:

Oplossing vraag 9
Stappenplan
- Bereken f'(x) en bepaal de kritieke x-waarden.
- Controleer welke punten maximum en minimum zijn en of de grafiek boven of onder de x-as ligt.
- Bereken de bepaalde integraal met de juiste grenzen.

Vraag 10:

Oplossing vraag 10
Stappenplan
- Zet relevante grenswaarden om naar het aantal standaardafwijkingen vanaf het gemiddelde.
- Gebruik symmetrie en de 68-95-99,7-regel om staartkansen te vergelijken.
- Controleer de bewering bij het snijpunt van de dichtheidscurves extra zorgvuldig: gelijke curvehoogte betekent niet gelijke staartkans.

Vraag 11:

Oplossing vraag 11
Stappenplan
- Gebruik Viète voor som en product van de wortels.
- Vorm daarmee x₁²+x₂² als functie van a.
- Bepaal het maximum op het gegeven interval, inclusief de randpunten.

Vraag 12:

Oplossing vraag 12
Stappenplan
- Schrijf de voorwaarde -1≤(s-1)/(1-2s)≤1 of de equivalente absolute-waardevorm.
- Werk de ongelijkheid algebraïsch uit en bepaal de kritieke waarden.
- Controleer de domeinvoorwaarde van de oorspronkelijke breuk.

Vraag 13:

Oplossing vraag 13
Stappenplan
- Neem 100 inwoners en bepaal hoeveel diabetes hebben en hoeveel zich laten testen.
- Gebruik het percentage diabetes binnen de geteste groep om het aantal geteste diabetespatiënten te vinden.
- Bepaal het resterende aantal diabetespatiënten bij de niet-getesten en deel door de grootte van die groep.

Vraag 14:

Oplossing vraag 14
Stappenplan
- Voer in de k-de integraal een verschuivingssubstitutie uit.
- Bereken één representatieve integraal.
- Vermenigvuldig met n en los de vergelijking met 280 op.

Vraag 15:

Oplossing vraag 15
Stappenplan
- Noem de diagonalen d₁ en d₂.
- Gebruik (d₁/2)²+(d₂/2)²=a².
- Vermenigvuldig met 4 en lees de som d₁²+d₂² af.

Hulp nodig bij wiskunde?
Merk je na het maken van het examen dat wiskunde nog een werkpunt is? Onze volledige digitale cursus behandelt de relevante theorie stap voor stap en bevat daarnaast 200 extra examengerichte vragen.
Volledige theorie · oefeningen · oplossingen · 200 extra examenvragen
Bij interesse stuur dan een mail naar info@studiebox.be
Chemie toelatingsexamen juli 2015
Bron examenvraag: Toelatingsexamen arts/tandarts 2015, juli, Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen, Vlaamse overheid. Hergebruik door Studiebox uitsluitend voor pedagogische doeleinden. Studiebox draagt de verantwoordelijkheid voor dit hergebruik.
Vraag 1:

Oplossing vraag 1
- Bepaal welk chemisch principe, welke stofeigenschap of welke reactievergelijking centraal staat in de opgave.
- Gebruik het kernidee en, waar nodig, de relevante formule(s), reactievergelijking(en) en gegevens uit de vraag.
- Werk de redenering volledig uit en vergelijk het resultaat met de antwoordmogelijkheden.

Vraag 2

Oplossing vraag 2
Stappenplan
- Bepaal welk chemisch principe, welke stofeigenschap of welke reactievergelijking centraal staat in de opgave.
- Gebruik het kernidee en, waar nodig, de relevante formule(s), reactievergelijking(en) en gegevens uit de vraag.
- Werk de redenering volledig uit en vergelijk het resultaat met de antwoordmogelijkheden.

Vraag 3

Oplossing vraag 3
Stap 1: Er wordt van beide hydroxiden dezelfde massa gebruikt.
Stap 2: De molaire massa van NaOH is ongeveer 40,0 g mol⁻¹ en die van KOH ongeveer 56,1 g mol⁻¹.
Stap 3: Voor eenzelfde massa geldt n = m/M, zodat NaOH meer mol oplevert dan KOH.
Stap 4: Beide oplossingen hebben een volume van 1,0 L, dus is ook de molaire concentratie van NaOH groter.
Stap 5: Daardoor is [OH⁻] groter, pOH kleiner en pH groter.

Vraag 4

Oplossing vraag 4
Stap 1: HNO₃ is een sterk zuur.
Stap 2: De toegevoegde H₃O⁺-ionen reageren met OH⁻ tot water.
Stap 3: Daardoor daalt [OH⁻].
Stap 4: Volgens het principe van Le Chatelier zal meer Cu(OH)₂ oplossen om de daling te compenseren.
Stap 5: Bij dat oplossen ontstaan extra Cu²⁺-ionen, zodat [Cu²⁺] toeneemt.
Stap 6: NaOH toevoegen doet het omgekeerde.
Stap 7: Extra vast Cu(OH)₂ verandert de evenwichtsconcentraties niet zolang vaste stof aanwezig is.
Stap 8: Bij langzaam indampen van een verzadigde oplossing met vaste stof zal eerder extra vaste stof ontstaan; de evenwichtsconcentraties worden bij constante temperatuur niet blijvend groter.

Vraag 5

Oplossing vraag 5
Stap 1: Al³⁺ heeft 10 elektronen: 1s² 2s² 2p⁶.
Stap 2: Het totaal aantal p-elektronen is dus 6.
Stap 3: Mg heeft configuratie 1s² 2s² 2p⁶ 3s² en bevat in totaal 6 s-elektronen.
Stap 4: Cl heeft 1s² 2s² 2p⁶ 3s² 3p⁵ en dus 11 p-elektronen.
Stap 5: Ne heeft 2p⁶ en dus 6 p-elektronen.
Stap 6: Fe heeft in de grondtoestand [Ar] 3d⁶ 4s² en dus 6 d-elektronen.

Vraag 6

Oplossing vraag 6
Stap 1: C₂H₄ bevat vier C–H-bindingen en één C=C-binding.
Stap 2: Dat zijn samen 4 + 2 = 6 bindende paren, niet 5.
Stap 3: NH₃ heeft drie bindende paren en één vrij elektronenpaar op N, dus niet 3 en 0.
Stap 4: N₂ heeft een drievoudige binding en dus drie bindende paren; bovendien heeft elk N-atoom één vrij paar, samen twee vrije paren.
Stap 5: Voor SO₂ met octetstructuren krijg je in een resonantievorm één S=O-binding en één S–O-binding: samen drie bindende paren.
Stap 6: Het centrale S-atoom heeft één vrij paar, het dubbelgebonden O-atoom twee en het enkelgebonden O-atoom drie: samen zes vrije paren.

Vraag 7

Oplossing vraag 7
Stap 1: Aan de kathode concurreren Ni²⁺ en Sn²⁺ om elektronen.
Stap 2: De halfreactie Sn²⁺ + 2 e⁻ ⇌ Sn heeft E° = −0,141 V en ligt hoger dan die van Ni²⁺/Ni met E° = −0,236 V.
Stap 3: Sn²⁺ wordt dus gemakkelijker gereduceerd en Sn wordt afgezet.
Stap 4: Aan de anode worden halide-ionen geoxideerd.
Stap 5: Br₂/Br⁻ heeft E° = +1,077 V en Cl₂/Cl⁻ E° = +1,360 V.
Stap 6: De omgekeerde oxidatie van Br⁻ vereist minder spanning dan die van Cl⁻, zodat Br⁻ eerst wordt geoxideerd tot Br₂.

Vraag 9

Oplossing vraag 9
Stap 1: Van meting 1 naar 2 verdubbelt [Hb] van 1,50 × 10⁻⁶ naar 3,00 × 10⁻⁶ mol L⁻¹, terwijl [CO] constant blijft.
Stap 2: De snelheid verdubbelt eveneens van 9,20 × 10⁻⁷ naar 1,84 × 10⁻⁶ mol L⁻¹ s⁻¹.
Stap 3: De reactie is dus eerste orde in Hb.
Stap 4: Van meting 2 naar 3 wordt [CO] drie keer groter, terwijl [Hb] gelijk blijft.
Stap 5: De snelheid wordt ook drie keer groter: 1,84 × 10⁻⁶ naar 5,52 × 10⁻⁶ mol L⁻¹ s⁻¹.
Stap 6: De reactie is dus ook eerste orde in CO.

Vraag 10

Oplossing vraag 10
Stap 1: Neem 1,00 L oplossing.
Stap 2: Door de dichtheid 1,57 g mL⁻¹ heeft 1000 mL oplossing een massa van 1570 g.
Stap 3: Daarvan is 75,0% zuur: m(zuur) = 0,750 × 1570 = 1177,5 g.
Stap 4: De concentratie is 12,0 mol L⁻¹, dus in 1,00 L zit 12,0 mol zuur.
Stap 5: De molaire massa is M = m/n = 1177,5/12,0 = 98,1 g mol⁻¹.

Vraag 11

Oplossing vraag 11
Stap 1: De netto-ionreactie is 3 Ba²⁺ + 2 PO₄³⁻ → Ba₃(PO₄)₂(s).
Stap 2: Uit 0,20 mol Ba(NO₃)₂ ontstaat 0,20 mol Ba²⁺.
Stap 3: Uit 0,10 mol natriumfosfaat ontstaat 0,10 mol PO₄³⁻.
Stap 4: Op basis van Ba²⁺ kan maximaal 0,20/3 = 0,0667 mol Ba₃(PO₄)₂ ontstaan.
Stap 5: Op basis van PO₄³⁻ kan maximaal 0,10/2 = 0,050 mol ontstaan.
Stap 6: Fosfaat is dus limiterend.

Vraag 12

Oplossing vraag 12
Stap 1: Aspirine bevat een estergroep: de acetylgroep is via een zuurstofatoom aan de aromatische ring gekoppeld.
Stap 2: Daarnaast bevat aspirine nog een vrije carboxylgroep, –COOH.
Stap 3: Een carbonzuur kan met een alcohol condenseren tot een ester en water.
Stap 4: Ibuprofen heeft wel een carboxylgroep maar bevat zelf geen estergroep.
Stap 5: Paracetamol bevat een amide en een fenolische OH-groep, maar geen ester.
Stap 6: Ascorbinezuur bevat wel een lactonstructuur, maar binnen de antwoordmogelijkheden is aspirine de molecule die duidelijk zowel een ester als een vrije carbonzuurgroep bezit.

Vraag 13

Oplossing vraag 13
Stap 1: Voor propaan: C₃H₈ + 5 O₂ → 3 CO₂ + 4 H₂O.
Stap 2: Voor 0,40 mol propaan is 0,40 × 5 = 2,0 mol O₂ nodig.
Stap 3: Voor butaan: C₄H₁₀ + 13/2 O₂ → 4 CO₂ + 5 H₂O.
Stap 4: Voor 0,60 mol butaan is 0,60 × 6,5 = 3,9 mol O₂ nodig.
Stap 5: Samen is dat 2,0 + 3,9 = 5,9 mol O₂.

Vraag 14

Oplossing vraag 14
Stap 1: Aanvankelijk zijn er 1 mol I⁻ en 1 mol Pb²⁺.
Stap 2: I⁻ is limiterend: 1 mol I⁻ laat 0,50 mol Pb²⁺ reageren, zodat 0,50 mol Pb²⁺ overblijft.
Stap 3: In het filtraat zitten daarnaast 1 mol K⁺ en 2 mol NO₃⁻.
Stap 4: Na verdeling in twee gelijke delen bevat elk deel 0,25 mol Pb²⁺, 0,50 mol K⁺ en 1,00 mol NO₃⁻.
Stap 5: Aan A wordt 1 mol KI toegevoegd.
Stap 6: Daar slaat 0,25 mol Pb²⁺ neer met 0,50 mol I⁻, zodat uiteindelijk 1,50 mol K⁺, 0,50 mol I⁻ en 1,00 mol NO₃⁻ in oplossing blijven: samen 3,00 mol ionen.
Stap 7: Aan B wordt 1 mol Pb(NO₃)₂ toegevoegd.
Stap 8: Er is geen I⁻ meer aanwezig, dus er ontstaat geen neerslag.
Stap 9: In oplossing zijn dan 1,25 mol Pb²⁺, 0,50 mol K⁺ en 3,00 mol NO₃⁻ aanwezig: samen 4,75 mol ionen.

Vraag 15

Oplossing vraag 15
Stap 1: CS₂ is lineair en heeft een bindingshoek van 180°.
Stap 2: BCl₃ is trigonaal planair met 120°.
Stap 3: SiH₄ is tetraëdrisch met ongeveer 109,5°.
Stap 4: PH₃ is trigonaal piramidaal; door het vrije elektronenpaar op P is de H–P–H-hoek kleiner dan de tetraëdrische hoek en ongeveer 93,5°.
Stap 5: De afnemende volgorde is dus CS₂ > BCl₃ > SiH₄ > PH₃.

Hulp nodig bij chemie?
Merk je na het maken van het examen dat chemie nog een werkpunt is? Onze volledige digitale cursus behandelt de relevante theorie stap voor stap en bevat daarnaast 200 extra examengerichte vragen.
Volledige theorie · oefeningen · oplossingen · 200 extra examenvragen
Bij interesse stuur dan een mail naar info@studiebox.be
Fysica toelatingsexamen juli 2015
Bron examenvraag: Toelatingsexamen arts/tandarts 2015, juli, Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen, Vlaamse overheid. Hergebruik door Studiebox uitsluitend voor pedagogische doeleinden. Studiebox draagt de verantwoordelijkheid voor dit hergebruik.
Vraag 1

Oplossing vraag 1
Stappenplan
- Kies het horizontale niveau van het scheidingsvlak tussen ρ₃ en ρ₂.
- Schrijf de druk links en rechts op datzelfde niveau uit.
- Stel beide drukuitdrukkingen gelijk en gebruik daarna de gegeven hoogtes.

Vraag 2

Oplossing vraag 2
- De twee compartimenten bevatten aanvankelijk hetzelfde aantal mol gas.
- Gebruik voor elk compartiment de ideale gaswet bij constante temperatuur.
- Combineer de gegeven drukverhouding met het feit dat beide deelvolumes samen het totale volume vormen.

Vraag 3

Oplossing vraag 3
- Het voorwerp staat tussen de lens en het brandpunt.
- Na de lens lopen de lichtstralen uiteen.
- De achterwaartse verlengden van die stralen snijden elkaar aan de voorwerpzijde.

Vraag 4

Oplossing vraag 4
Stappenplan
- De straal valt loodrecht in op het vlakke grensvlak en verandert daar niet van richting.
- Aan het gebogen grensvlak gaat de straal van glas naar lucht.
- Van optisch dichter naar optisch ijler breekt de straal weg van de normaal.

Vraag 5

Oplossing vraag 5
Stappenplan
- Een positieve vᵧ betekent beweging omhoog.
- De snelheid daalt lineair door de constante neerwaartse zwaartekrachtversnelling.
- De plotselinge sprong van positief naar negatief wijst op een botsing waarbij de bewegingszin omkeert.

Vraag 6

Oplossing vraag 6
- Voor drie vectoren met som nul moeten hun groottes de zijden van een driehoek kunnen zijn.
- De grootste kracht mag dus niet groter zijn dan de som van de twee andere krachten.
- Test de vier antwoordmogelijkheden.

Vraag 7

Oplossing vraag 7
- De massa start vanuit rust op hoogte 2r.
- Zet de verloren zwaarte-energie om in kinetische energie.
- Bereken in het laagste punt de centripetale versnelling.

Vraag 8

Oplossing vraag 8
- Noteer eerst dat de lokale valversnelling op Zylton viermaal kleiner is dan op aarde.
- Noteer vervolgens de gegeven opwaartse versnelling van het ruimteschip.
- Pas de tweede wet van Newton toe in verticale richting.

Vraag 9

Oplossing vraag 9
- Tussen Q₁ en Q₂ wijzen beide krachten in dezelfde richting en kan er geen opheffing zijn.
- Buiten het interval zijn de krachten tegengesteld gericht.
- Bij tegengestelde bronladingen ligt het nulpunt aan de zijde van de lading met de kleinste absolute waarde.

Vraag 10

Oplossing vraag 10
- Schrijf de grootte van de elektrische kracht op.
- Schrijf de grootte van de magnetische kracht op. Omdat de snelheid loodrecht op het magnetisch veld staat, is de sinusfactor gelijk aan één.
- Stel beide groottes gelijk.

Vraag 11

Oplossing vraag 11
- Tussen A en B is geen gesloten verbinding, dus door de rechter weerstand loopt geen stroom.
- De linker weerstand en de verticale weerstand staan daardoor in serie over de bron.
- Omdat beide weerstanden identiek zijn, verdelen zij de bronspanning gelijk.

Vraag 12

Oplossing vraag 12
- De stroom loopt naar rechts.
- Het magnetisch veld wijst het blad in, aangeduid met kruisjes.
- De kruisproductregel geeft de kracht naar boven.

Vraag 13

Oplossing vraag 13
- Bepaal hoeveel halveringstijden in 39 uur passen.
- Bepaal welke fractie na drie halveringstijden nog niet vervallen is.
- De rest van de oorspronkelijke hoeveelheid is vervallen tot telluur.

Vraag 14

Oplossing vraag 14
- Vertrek van het verband tussen maximale snelheid en pulsatie.
- Schrijf de pulsatie in functie van de periode.
- Vergelijk de nieuwe amplitude en periode met de oorspronkelijke waarden.

Vraag 15

Oplossing vraag 15
- Lees de pulsatie van golf 1 af uit de coëfficiënt van de tijd.
- Bereken de periode van golf 1 en vermenigvuldig die vervolgens met factor drie.
- De amplitude blijft onveranderd. Zoek daarom de grafiek met de juiste amplitude en de berekende periode.

Moeilijkheden met fysica en wat hulp nodig?
Merk je na het maken van het examen dat fysica nog een werkpunt is? Onze volledige digitale cursus behandelt de relevante theorie stap voor stap en bevat daarnaast 200 extra examengerichte vragen.
Volledige theorie · oefeningen · oplossingen · 200 extra examenvragen
Bij interesse stuur dan een mail naar info@studiebox.be
Biologie toelatingsexamen juli 2015
Bron examenvraag: Toelatingsexamen arts/tandarts 2015, juli, Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen, Vlaamse overheid. Hergebruik door Studiebox uitsluitend voor pedagogische doeleinden. Studiebox draagt de verantwoordelijkheid voor dit hergebruik.
Vraag 1

Oplossing vraag 1
Stappenplan
- Koppel elk organel aan zijn hoofdtaak.
- Controleer de combinatie.

Vraag 2

Oplossing vraag 2
Stappenplan
- Volg het gelabelde koolstof uit glucose.
- Volg het gelabelde zuurstofgas.
- Combineer beide sporen.

Vraag 3

Oplossing vraag 3
Stappenplan
- Deze vraag uit 2015 gebruikt het klassieke, vereenvoudigde Starlingmodel.
- Plasma-eiwitten blijven grotendeels in het bloed en veroorzaken een colloïd-osmotische of oncotische druk.
- Niet alle gefiltreerde vloeistof keert in dit model terug.

Vraag 4

Oplossing vraag 4
Stappenplan
- DNA-replicatie vindt plaats in de S-fase van de interfase.
- DNA-replicatie verdubbelt de hoeveelheid DNA, maar niet het aantal chromosomen.
- Tijdens de mitose worden de zusterchromatiden gescheiden.

Vraag 5

Oplossing vraag 5
Stappenplan
1. Bij het ABO-systeem dragen rode bloedcellen antigenen A en/of B.
2. Het plasma bevat normaal geen antilichamen tegen eigen antigenen.
3. Daardoor zullen toegediende rode bloedcellen met A- of B-antigenen niet door anti-A of anti-B van de ontvanger worden geagglutineerd.

Vraag 6

Oplossing vraag 6
Stappenplan
- Een hond is diploïd met 2n = 78.
- Bij de anafase van de mitose scheiden zusterchromatiden.
- Bij anafase I van de meiose scheiden homologe chromosomen.
- Bij anafase II scheiden de zusterchromatiden van de haploïde cellen.

Vraag 7

Oplossing vraag 7
Stappenplan
- Een hond is diploïd met 2n = 78.
- Bij de anafase van de mitose scheiden zusterchromatiden.
- Bij anafase I van de meiose scheiden homologe chromosomen.
- Bij anafase II scheiden de zusterchromatiden van de haploïde cellen.

Vraag 8

Oplossing vraag 8
Stappenplan
- De gegeven DNA-streng is de templatestreng, want het eerste triplet 3’-TAC-5’ wordt getranscribeerd tot 5’-AUG-3’, het startcodon.
- Mutatie 1 verandert templatestreng TCT in TCC.
- Mutatie 2 verandert templatestreng ACC in ATC.
- Door mutatie 2 stopt de translatie voortijdig.

Vraag 9

Oplossing vraag 9
Stappenplan
- Oögoniën delen tijdens de embryonale ontwikkeling.
- De primaire oöcyten blijven jarenlang geblokkeerd in profase I.
- Vanaf de puberteit wordt in opeenvolgende cycli een groep follikels gerekruteerd.
- De secundaire oöcyt start meiose II en stopt in metafase II.

Vraag 11

Oplossing vraag 11
Stappenplan
- Gebruik a als referentiepunt en plaats a op positie 0 cM.
- a-d = 12,2 cM.
- d-e = 6,2 cM, dus e ligt op 12,2 – 6,2 = 6,0 cM.
- b-d = 4,2 cM, dus b ligt op 12,2 – 4,2 = 8,0 cM.

Vraag 12

Oplossing vraag 12
Stappenplan
- Schrijf de koningin als AaBb.
- De dar is haploïd en vertoont voor beide eigenschappen het recessieve fenotype.
- Een werkster is vrouwelijk en ontstaat uit een bevrucht ei.
- De heterozygote koningin geeft a door met kans 1/2.

Vraag 13

Oplossing vraag 13
Stappenplan
- PCR is ontworpen om een specifiek DNA-fragment exponentieel te vermenigvuldigen.
- Na denaturatie binden DNA-primers aan de doelsequenties.
- Bij ideale verdubbeling levert elke cyclus ongeveer twee keer zoveel doel-DNA op.

Vraag 14

Oplossing vraag 14
Stappenplan
- Een restrictie-enzym herkent een specifieke DNA-sequentie en maakt op een karakteristieke plaats een knip.
- Om een DNA-fragment efficiënt in een plasmide te plaatsen, moeten insert en plasmide compatibele uiteinden hebben.
- BamHI en HindIII creëren verschillende uiteinden.
- Humaan DNA en plasmide beide met BamHI knippen levert compatibele BamHI-uiteinden.

Vraag 15

Oplossing vraag 15
Stappenplan
- In het Hardy-Weinbergmodel blijven allelfrequenties en, na willekeurige paring, de verwachte genotypefrequenties constant wanneer tegelijk aan de overige evenwichtsvoorwaarden wordt voldaan.
- Willekeurige paarvorming is dus één noodzakelijke voorwaarde uit dat model.
- Inteelt verandert de genotypeverhoudingen door meer homozygotie.

Moeilijkheden met biologie?
Merk je na het maken van het examen dat biologie nog een werkpunt is? Onze volledige digitale cursus behandelt de relevante theorie stap voor stap en bevat daarnaast 200 extra examengerichte vragen.
Volledige theorie · oefeningen · oplossingen · 200 extra examenvragen
Bij interesse stuur dan een mail naar info@studiebox.be
Klaar met de oude toelatingsexamens? Bouw nu gericht verder
Heb je meerdere oude toelatingsexamens gemaakt en onze uitgewerkte oplossingen bekeken? Dan heb je ondertussen een veel beter beeld van waar je staat.
Misschien merk je dat bepaalde onderdelen vlot gaan, terwijl je bij wiskunde, fysica, chemie of biologie telkens op dezelfde soorten vragen vastloopt. Net daar begint een goede voorbereiding: niet zomaar meer vragen maken, maar gericht werken aan de leerstof die nog onvoldoende beheerst is.
Bij Studiebox kan je daarom zelf kiezen hoe je verdergaat. Onze digitale cursussen behandelen de leerstof stap voor stap en bevatten naast de oefeningen in de cursus nog 200 extra examengerichte vragen per KIW-vak.
Wiskunde €39 · Fysica €39 · Chemie €39 · Biologie €39 · EMCO €49
Wil je alles samen voorbereiden? Dan kan je kiezen voor het volledige pakket met onze cursussen en extra oefenmateriaal.
Heb je liever persoonlijke uitleg of ondersteuning bij je planning? Dan kan je ook individuele begeleiding toevoegen.
Downloadbare link
Ga verder naar toelatingsexamen geneeskunde 2015 augustus.
